:: laatst gelezen ::
Lila door Robert M. Pirsig (1991), vertaling Robert Jonkers

Phaedrus reist met zijn boot van noord naar zuid, onderwijl werkend aan een boek. Wanneer hij noodgedwongen voor enkele dagen in Kingston verblijft, maakt hij van de nood een deugd en maakt kennis met Richard Rigel en Bill Capella, eveneens twee schippers. Wanneer ze op een avond in een kroeg belanden, ontmoet hij Lila, een oude bekende van Rigel. Onder invloed van drank en muziek klikt het tussen hen, en de volgende ochtend wordt Phaedrus wakker in zijn boot met Lila aan zijn zijde.

Phaedrus klimt uit zijn bed, en begeeft zich naar de kajuit waar hij de kachel aansteekt. Lila slaapt nog. In de kajuit vindt hij een grote koffer van Lila, die ze vannacht blijkbaar zijn boot in hebben getild. De koffer raakt bijna de tafel waarop zijn kaartenbakken met fiches staan. Deze bakken zijn een weerslag van zijn onderzoek, en vormen daarnaast de basis van zijn boek. Het onderzoek behelst de Metafysica van de Kwaliteit.

Op een bijzonder systematische wijze verzamelt Phaedrus gedachten, waarmee hij zijn Metafysica uitwerkt. Voorwaarde voor zijn methode is dat deze gedachten niet-sequentieel te raadplegen moeten zijn. Daarom maakt hij gebruik van fiches (kaartjes). De fiches worden onderverdeeld naar onderwerp. Naast deze indeling naar onderwerp houdt Phaedrus ook een functionele indeling bij. Zo kent hij de volgende typen fiches: ongeassimileerd, programma, kritiek , lastig en troep.

Terwijl hij zijn kaartenbak vastzet (die van tafel dreigde te vallen), valt zijn oog op het onderwerp Dusenberry, waaraan enige honderden fiches zijn bevestigd. Dusenberry was hoogleraar culturele antropologie, aan de universiteit in Bozeman, waar Phaedrus ook een tijdje heeft gewerkt. Dusenbery was een eenling, maar op een of andere manier klikte het tussen hem en Phaedrus. In 1966 overleed Dusenberry.

Dusenberry zocht contact met Phaedrus, in zijn ogen een zeer analytisch persoon, in de hoop enige systematiek in zijn werk te kunnen aanbrengen. Hij was met name geïnteresseerd in de invloeden van de Indianen op de huidige Amerikaanse samenleving, en bezocht geregeld Indiaanse families. Op een dag nodigt Dusenberry Phaedrus uit om mee te gaan naar een Indiaanse ceremonie. Phaedrus stemt toe en ervaart onder invloed van peyote een inzicht dat totaal niet rijmt met alle opvattingen van de culturele antropologie.

Het is het kernpunt en tevens grootste frustratie in het leven van Dusenberry: de antropologie staat slechts open voor objectieve waarnemingen en theorieën, maar voor een beeld naar waarheid zul je subjectief op de zaak in moeten gaan. Phaedrus noemt het later het systeem van culturele immuniteit, dat wil zeggen de onmogelijkheid binnen te dringen in de wereld van (in dit geval) de antropologie, wanneer het jargon en de methodiek niet worden gebruikt. Ditzelfde jargon beperkt nu juist datgene wat waargenomen kan worden.

Het inzicht dat Phaedrus heeft ervaren komt neer op de stelling dat de Amerikaanse samenleving voor een belangrijk deel is gevormd door de Indiaanse zeden en gebruiken. In plaats van de tegenstellingen te zien tussen Amerikanen en Indianen, komt het een juist uit het andere voort. De Europese pioniers zijn gevormd door de Indianen die reeds in Amerika waren. Huidige Amerikaanse gevoelens van wat 'mooi' of 'goed' is hebben een Indiaanse oorsprong.

Zwakke plek in de culturele antropologie is volgens Phaedrus het begrip 'waarden', en dat is waar hij zijn aandacht op besluit te richten, om de muur van de culturele immuniteit te beslechten.

Eerder schreef Phaedrus een boek over Kwaliteit. Nu onderzoekt hij doelbewust de Metafysica van de Kwaliteit. De Metafysica beschrijft de werkelijkheid en stelt vragen als 'Bestaat datgene wat ik niet meer zie ook echt?' Metafysica wordt van twee kanten sceptisch bekeken. Ten eerste door de logisch positivisten, die de werkelijkheid empirisch willen verklaren, en daarmee de Metafysica te mystiek vinden. Ten tweede door de mystici, die zeggen dat een mogelijke beschrijving van de werkelijkheid teveel wordt beperkt door het gebruik van woorden; Metafysica is in hun ogen 'te wetenschappelijk'. Een soortgelijke tegenstelling ondervindt Phaedrus in zijn antroplogisch onderzoek, en dit sterkt hem in zijn overtuiging dat de Metafysica de brug vormt tussen deze twee werelden.

Richard Rigel spreekt Phaedrus 's ochtend bij het ontbijt aan op zijn gedachten over Kwaliteit. Hij heeft serieuze kritiek, en verwijt Phaedrus dat hij het zaad van de duivel zaait, omdat iedereen met een subjectief begrip van Kwaliteit een vrijbrief heeft om te doen wat hij wil, goed of slecht. De jurist Rigel stelt dat in eerste instantie de wet bepaalt wat goed is of niet. Daarnaast vraagt hij Phaedrus of Lila Kwaliteit heeft. Phaedrus antwoordt bevestigend, maar heeft verder geen duidelijke antwoorden.

Wanneer Phaedrus afscheid heeft genomen van Rigel en Capella, heeft hij een onbehaaglijk gevoel. Hij probeert uit te vinden waarom Rigel zo fel was. Is het misschien een poging zijn eigen ego te laten gelden, of is het afgunst? Daarnaast is hij geirriteerd dat hij in de val is gelopen van de sexuele moraal: Rigel vroeg hem of Lila Kwaliteit heeft. Wat het antwoord ook is het is nooit goed. Ofwel heeft Lila geen Kwaliteit en had Phaedrus nooit met haar mogen slapen, of juist wel, maar dan is Phaedrus een profiteur, die van de omstandigheden misbruik heeft gemaakt.

Phaedrus probeert zijn Metafysica van de Kwaliteit meer concreet te maken, en vergelijkt haar met de subject-object-metafysica (niet-stoffelijk en stoffelijk) die algemeen geaccepteerd lijkt. In zijn ogen is er binnen de subject-object-metafysica geen plaats voor het begrip Kwaliteit. Dit begrip is, zoals hij noemt, een vogelbekdier, iets dat niet binnen de kaders past van de theorie zoals die nu bestaat.

Zoals de huidige metafysica een opdeling maakt in subjecten en objecten, zoekt Phaedrus naar een indeling binnen zijn Metafysica van de Kwaliteit, zodat alles een plek heeft (inclusief subjecten en objecten). Phaedrus komt uiteindelijk op de indeling in statische en Dynamische Kwaliteit. Volgens hem is de motor van het leven de Dynamische Kwaliteit, die enerzijds voeding geeft aan revolutionairen en vernieuwers, die zich afzetten tegen de bestaande statische moraal (Kwaliteit), en die anderzijds bijvoorbeeld wordt teruggevonden in de kunst, waar ze zorgt voor de primaire ervaring van schoonheid. De statische Kwaliteit is echter wel degelijk verbonden met de Dynamische Kwaliteit, en zorgt voor structuur. Phaedrus besluit zijn aandacht volledig te richten op de statische kwaliteit.

Onderwijl een verschil van mening uitvechtend met Lila, die verteld ooit zo genoten te hebben van een romantische cruisetocht, terwijl Phaedrus dit afdoet als hopeloos statisch en de moeite van de herinnering niet waard, deelt hij de statische kwaliteit verder in. Hij maakt een onderscheid tussen 4 evolutionaire niveaus, te weten Anorganisch, Biologisch, Sociaal en Intellectueel. De verschillende niveaus zijn weliswaar verbonden maar toch onafhankelijk. Phaedrus gebruikt ter verduidelijking hiervoor de analogie van de computer. Op het niveau van elektrische signalen en flipflops is niets te zeggen over het programma dat op de computer draait. Toch kan het programma niet bestaan zonder de signalen. Op dezelfde manier zijn verschillende vormen van kwaliteit in te delen en tevens verbonden met elkaar. Er wordt een ander licht geworpen op talloze ethische kwesties met deze indeling in het achterhoofd. De Ondeugd, bijvoorbeeld, denk aan sex en drugs, heeft een hoge biologische kwaliteit, maar een lage sociale kwaliteit (het is maatschappelijk gezien gevaarlijk). Het blijkt dat de verschillende evolutionaire niveaus vaak een onderlinge strijd voeren, zo is een van de belangrijkste ontwikkelingen van de 20e eeuw de strijd tussen de sociale statische structuren en het intellect (wordt het intellect onderworpen door de staat of andersom?).

Phaedrus beschouwt met behulp van zijn theorie verschillende andere kwesties (vrije wil versus determinisme, de doodstraf, de evolutieleer) en vindt telkens weer dat iedere kwestie bijzonder goed is in te passen in de Metafysica van de Kwaliteit.

Zo kijkt Phaedrus nu ook anders aan tegen Lila, die in zijn ogen een hoge biologische, maar lage sociale en intellectuele kwaliteit heeft. Echter in haar fonkelende ogen en woede zit wel degelijk een kern van Dynamische Kwaliteit. Dit is het antwoord dat hij Rigel had moeten geven, maar wat hem toen nog niet duidelijk was. Phaedrus probeert door middel van het stellen van vragen een beeld te krijgen van de statische patronen van Lila.

Wanneer ze New York naderen, vat Lila het plan op om met Phaedrus door te varen naar het Zuiden. In New York wil ze Jamie, een oude vriend van haar, bezoeken, en hem vragen mee te gaan.

Intellectueel gezien zijn Lila en Phaedrus tegenpolen. Lila vindt Phaedrus een 'dooie diender', en zegt hem dat ook. Op de vragen die hij stelt krijgt Phaedrus niet de antwoorden die hij zoekt. 's Nachts zoekt Lila Phaedrus echter op, en vrijen ze. Phaedrus komt nog meer tot het besef dat de biologische en intellectuele laag niets met elkaar te maken hebben. Vanuit intellectueel oogpunt kan sex vulgair en overbodig zijn, maar biologisch gezien is het van de allerhoogste kwaliteit. Tijdens het vrijen is het ook alsof de intellectuele laag tijdelijk verdwijnt, en plaats maakt voor de biologische. Phaedrus trekt een analogie met eb en vloed. Hij bedenkt dat het beeld van de mens als een Zelf die het Lichaam bestuurt niet klopt, maar dat de Metafysica van de Kwaliteit de werkelijkheid beter benadert.

Lila neemt Phaedrus mee naar Jamie. Zij zou graag zien dat Jamie meegaat naar het Zuiden, maar de ontmoeting verloopt uitermate stroef. Uiteindelijk verlaat Phaedrus alleen het gezelschap.

In zijn eentje lopend door New York beseft Phaedrus wat deze stad onderscheidt van andere plekken. De bedrijvigheid, de grote sociale verschillen, het zijn allemaal tekenen van de aanwezigheid van Dynamische Kwaliteit (Phaedrus noemt het in dit opzicht De Reus). Verdere bespiegelingen doen hem inzien dat de kapitalistische samenleving met zijn ondernemerschap alle ruimte geeft aan Dynamische Kwaliteit, en daardoor als sociale structuur meer overlevingskansen heeft dan het socialisme. Ook al is het socialisme moreel gezien van een hoger niveau, door het bewust buitenhouden van Dynamische Kwaliteit zal deze sociale structuur onvermijdelijk vastroesten in statische patronen en daardoor vroeg of laat uitsterven. En passant ziet Phaedrus in dat ook de wetenschap door zijn ingebouwde Dynamische Kwaliteit zo krachtig is: 'Het potlood is machtiger dan de pen.'

Ondertussen loopt ook Lila alleen door de straten van New York. Ze is kwaad op Phaedrus, en ziet haar kans verkeken om met hem naar het Zuiden af te reizen. Hoewel ze in haar eigen ogen vol goede bedoelingen met Phaedrus omgaat, voelt ze zich onbegrepen en onterecht behandeld. In een café bemerkt ze tot overmaat van ramp ook nog dat haar portemonnee ontvreemd is.

Phaedrus komt na een bezoek aan zijn uitgever, waar hij zijn post ophaalt, aan op z'n hotelkamer voor die nacht, alwaar hij Robert Redford ontvangt. Redford komt langs voor de filmrechten van het eerste boek van Phaedrus. Veel te gemakkelijk, zo beseft Phaedrus later, stemt hij toe. Bij nader inzien huivert Phaedrus bij het idee dat zijn intellectuele werk door de sociale laag, waar 'film' nu eenmaal ondervalt, verslonden wordt. Phaedrus was zenuwachtig in de nabijheid van deze beroemdheid. Hij bedenkt dat 'beroemdheid' een conflict veroorzaakt tussen de sociale en intellectuele laag, op eenzelfde manier als 'sex' tussen de biologische en sociale laag. Het verschijnsel beroemdheid is een veel belangrijker middel dat leidt tot het binden van sociale structuren, dan dat hij tot dan toe gedacht had. Het doet hem inzien dat hij evengoed een antropologie van de beroemdheid zou kunnen schrijven, had hij de tijd gehad. Dat beroemd zijn op zijn beurt weer tot sex kan leiden, bedenkt hij als hij zijn eigen huidige sociale status vergelijkt met die van zo'n twintig jaar geleden.

Alleen in zijn hotelkamer denkt Phaedrus na over het verschil tussen de vorige eeuw (de Victoriaanse tijd) en de 20e eeuw. Hij beseft dat men nooit de fout moet maken om met het eigen, huidige waardenstelsel een mening over een ander tijdperk te vormen. De Victorianen huldigden de sociale laag als hoogste goed. Hun leven stond in dienst van deze sociale laag, en morele beslissingen werden naar deze opvatting gemaakt. Een wereldschokkende omslag vond plaats aan het begin van de 20e eeuw (1e Wereld Oorlog), waarna de intellectuele laag zijn intrede deed boven de sociale laag. De samenleving wordt sindsdien door het intellect gekneed.

Het is belangrijk om te beseffen dat de intellectuele laag zelf geen moraal herbergt. Het intellect schrijft geen waarden voor. Veel eerder wordt door het intellect via maatschappelijke experimenten bepaald wat moreel is en wat niet; datgene wat voor de meeste mensen bevrediging geeft, en niet zozeer datgene wat de maatschappelijke traditie bepaalt, is moreel.

Lila is haar pillen kwijt, en in een stormachtige nacht vol angstaanvallen, visioenen en flarden herinneringen bereikt ze in verwarde toestand de boot, waar ze wacht op Phaedrus. Ze vist een pop uit het water, die ze koestert als een dood kindje. Voor haar is de pop werkelijk.

Maatschappelijke waarden en moraal is het enige waar de wetenschap zich niet mee bezig houdt. Dit heeft een historische grond, namelijk de noodzaak van de wetenschap om zich niet in te laten perken door de (kerkelijke) moraal.

In de loop van de 20e eeuw ligt de samenleving onder vuur van twee lagen, allereerst de intellectuele laag, die deze gehele eeuw dominant aanwezig is, maar anderzijds ook de biologische, die door toedoen van een aantal intellectuelen verkozen werd boven de maatschappelijke (jaren 60). Volgens de Metafysica van de Kwaliteit zijn er niet slechts twee morele normen, maar in feite vijf: anorganisch-chaotisch, biologisch-anorganisch, maatschappelijk-biologisch, intellectueel-maatschappelijk en Dynamisch-statisch. Deze laatste norm stelt dat het goede in het leven niet wordt bepaald door de samenleving, het intellect of de biologie, maar juist het bevrijd zijn van de overheersing van enig statisch patroon (zonder dat dat betekent dat die patronen vernietigd moeten worden).

De huidige verlamming van de samenleving is voor een belangrijk deel te wijten aan de subject-object metafysica, die stelt dat moraal niet objectief is en daarom niet wetenschappelijk. De ellende begint wanneer de intellectuele laag de sociale laag overheerst, zoals in de 20e eeuw. Wanneer het intellect regeert, maar tegelijkertijd verklaart dat er geen moraal is, is de catastrofe nabij.

Gedachten over de samenleving dienen altijd scherp te worden gescheiden in enerzijds maatschappelijk-biologische kwesties, en anderzijds intellectueel-maatschappelijke. Deze boodschap wordt vaak vergeten, waardoor chaotische redeneringen ontstaan. De biologische kwaliteit dient in bedwang te worden gehouden door de maatschappij (overigens niet door het intellect). De maatschappelijke vrijheid die het intellect heeft geschonken mag zich niet uitstrekken tot de biologische laag, en (biologisch) geweld moet onderdrukt worden door de maatschappij, lees in dit geval een politieapparaat.

Phaedrus besluit uiteindelijk, na een douche, om terug te keren naar zijn boot in plaats van te blijven slapen in zijn hotelkamer. Aangekomen bij de boot vindt hij Lila in zeer verwarde toestand. Hij herkent in haar datgene wat krankzinnigheid genoemd wordt, en waarvoor hij zelf lang geleden ook in een inrichting gezeten heeft. Hij brengt Lila naar bed, zich ondertussen afvragend wat hij in hemelsnaam met haar aanmoet.

Phaedrus pakt zelf een boek ter hand, een biografie van William James, om wat te gaan lezen. Phaedrus noemt het filosofologie. Zoals literatuurwetenschap zich verhoudt tot literatuur, zoals kunstgeschiedenis tot kunst, zo staat filosofologie tot de filosofie. Op universiteiten wordt filosofologie geleerd, en geen filosofie, omdat filosofologie makkelijker meetbaar is. Volgens Phaedrus is het echter veel vruchtbaarder om eerst zelf filosofie te bedrijven, en om daarna je eigen denkbeelden te spiegelen aan stukken uit de filosofologie. Dat is precies wat hij met William James van plan is.

Phaedrus denkt ondertussen door over het verschijnsel krankzinnigheid. In zijn ogen is dit een verschuiving in waarneming van cultureel relevante waardepatronen. Wanneer voor een persoon plotseling andere waardepatronen een hoge kwaliteit bezitten dan diegene die de maatschappij voorschrijft wordt hij al snel voor geestesziek aangezien. Krankzinnigheid is volgens Phaedrus dan ook cultureel gebonden, en niet, zoals de subject-object metafysica stelt, een verwrongen waarneming van de objecten door het subject.

Ieder mens neemt waardepatronen waar, echter voor sommige patronen is men minder bevattelijk. Phaedrus noemt dit een statisch filter. Door dit statische filter ziet men voornamelijk datgene wat men verwacht, datgene wat overeenkomt met eigen statische sociale verwachtingspatronen. Dit is precies de culturele immuniteit waar Phaedrus al eerder over sprak. Door het statisch filter kost het nog meer moeite voor Dynamische kwaliteit om door de culturele immuniteit heen de statische kwaliteit te beïnvloeden.

De volgende ochtend wordt Phaedrus gewekt door Jamie, die naar de boot is gekomen om Phaedrus en Lila te vergezellen. Phaedrus zegt dat dit een misverstand is, en er ontstaat een kleine rel. Plotsklaps is Rigel daar ook, die Phaedrus aanraadt om snel weg te varen. Phaedrus gooit de trossen los en vaart met Lila, die op dat moment in een catatonische trance beneden zit, weg richting Sandy Hook.

Phaedrus ziet in Lila's ogen 'het licht' en probeert dit te analyseren. Volgens hem is dit licht dat hij ziet, en dat ook elders in de literatuur wordt beschreven, een aanwijzing voor de aanwezigheid van Dynamische kwaliteit. Vooralsnog zal hij proberen om dichter bij deze Dynamische kwaliteit van Lila te komen, in plaats van haar van het schip te zetten en over te dragen aan een psychiater.

Later op de dag leest Phaedrus zijn post, die hij via zijn uitgever heeft ontvangen, en vervolgens nog wat over William James. Het blijkt dat de Metafysica van de Kwaliteit aansluit bij de denkbeelden van James, en zijn pragmatisme en radicaal empirisme verbindt, althans zo interpreteert Phaedrus het, waarbij hij zorgvuldig probeert zijn eigen statische filters uit te schakelen. James zegt dat Waarheid slechts één vorm van het Goede is, hetgeen Phaedrus vertaalt als Waarheid onderhevig aan Dynamische Kwaliteit. De werkelijkheid is volgens James dynamisch en vloeiend, de beschrijving daarvan echter statisch en discontinu, hetgeen een onoverbrugbare discrepantie inhoudt.

Nadat Phaedrus bij Sandy Hook boodschappen heeft gedaan, plaatst hij zijn Metafysica van de Kwaliteit in een historisch kader. Via de Oud-Griekse sofisten die streefden naar 'aretè' (deugd), komt hij via de stam 'rt' en de Indo-Europese taalfamilie op de indische filosofie, en vindt daar de oorsprong van zijn metafysica.

Als hij zijn boot weer nadert is Rigel daar ook met zijn eigen boot. Rigel vertelt hem dat Lila met hem mee terug wil, dat ze bang is voor Phaedrus. Rigel bekent aan Phaedrus dat zijn opmerking dat Lila Kwaliteit bezit hem niet losgelaten heeft. Als Phaedrus vervolgens aan Lila vraagt wat er aan de hand is, kijkt ze schuldig weg. Haar open, eerlijke, lichtende blik is verdwenen. Ze is weer teruggevallen in statische patronen. Rigel vertrekt met Lila en Phaedrus is alleen. Alleen met de pop van Lila. De pop die de betekenis krijgt van een soort afgodsbeeld wordt door Phaedrus op het eiland neergezet, waar het door de zee verzwolgen zal worden. Phaedrus is vrij. Zonder pop, zonder Lila, zonder Rigel.

En passant bedenkt Phaedrus dat het eigenlijk immoreel is om een metafysica te bedenken, om te proberen het Dynamische te vatten in een statische intellectuele theorie.

Uiteindelijk beëindigt Phaedrus zijn mijmeringen met de opmerking 'Goed is een substantief ... Goed veeleer substantief dan adjectief is waar heel de Metafysica van de Kwaliteit over gaat.'

© 2002 mIKe